12 november 2022 – Contracteren: oplopende levertermijnen en hogere inkoopprijzen

Veel sectoren hebben de laatste jaren te maken met leveringsproblemen en/of hogere kostprijzen. Wat kunnen leverancier en afnemer doen?

In vrijwel ieder contract wordt de (beoogde) leverdatum afgesproken. Als die leverdatum niet wordt gehaald, dan geldt in een notendop:

1. Kan de leverancier zich beroepen op overmacht? Zo ja, dan is de leverancier in principe niet schadeplichtig in verband met de te late levering.

2. Staat de contractuele leverdatum vast (ook wel ‘fatale termijn’ genoemd)? De leverancier is dan automatisch in verzuim als die fatale termijn / datum niet wordt gehaald. De afnemer kan het contract dan direct ontbinden. Bij ontbinding moeten de eerder verrichte handelingen worden teruggedraaid. Als de leverancier geen beroep kan doen op overmacht, is de leverancier schadeplichtig wanneer een fatale leverdatum niet wordt gehaald.

3. Als de overeengekomen leverdatum niet fataal is, dan moet naar de contractuele afspraken worden gekeken. Als het contract geen spelregels voor verlenging van de leverdatum bevat, dan kan de afnemer de leverancier in gebreke stellen door een redelijke termijn voor levering te geven. Als die laatste datum niet wordt gehaald door de leverancier, dan is er sprake van verzuim en ontstaat het recht op ontbinding en eventueel schadevergoeding.

De verkoopprijs is een essentieel onderdeel van ieder contract waarin producten en/of diensten worden verkocht. Als de leverancier wordt geconfronteerd met hogere kosten, dan geldt kort gezegd het volgende:

1. Het uitgangspunt is dat kosten variëren en dat leveranciers daar rekening mee moeten houden bij de vaststelling van verkoopprijzen. Zelfs als een contractueel prijswijzigingsbeding is overeengekomen, zal in de regel niet iedere stijging van kosten bij de afnemer in rekening gebracht kunnen worden.

2. De mogelijkheid om de prijs te wijzigen hangt vooral af van de overeengekomen afspraken. Soms worden nadrukkelijk vaste prijzen afgesproken. In andere contracten bedingt de leverancier het recht om de prijs te verhogen. Als er geen contractuele afspraken zijn gemaakt, dan bevat de wet in artikel 7:758 BW voor aannemers van werk het recht om prijzen te verhogen vanwege kostenverhogende omstandigheden. Voor andere contracten bestaat geen specifiek wettelijk recht op verhoging van prijzen.

3. Als er geen prijswijzigingsbeding is overeengekomen, dan kan de leverancier (inclusief aannemers) een prijswijziging onder omstandigheden baseren op het algemene wettelijke leerstuk ‘onvoorziene omstandigheden’. Dit leerstuk is bedoeld voor extreme situaties waarin zich omstandigheden voordoen waarmee geen rekening is gehouden in de overeenkomst, en waardoor onverkorte toepassing van de overeenkomst voor de leverancier tot een “onredelijke” uitkomst zal leiden.
Als er wel een prijswijzigingsbeding is overeengekomen, dan kan de leverancier de prijs wijzigen conform de gemaakte afspraken. Als dat tot onredelijke uitkomsten leidt, dan zou de afnemer een beroep kunnen doen op het algemeen wettelijk leerstuk van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

Er valt uiteraard veel meer te melden. Bij vragen over bovenstaande ben ik graag bereikbaar.

14 september 2022 – Wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’

Op 5 juli 2022 is het wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ aangenomen door de Tweede Kamer. Met dit wetsvoorstel zal het voor werknemers eenvoudiger moeten worden om zowel op de werklocatie als vanuit huis te werken. Hoewel het wetsvoorstel – voorafgaande aan de inwerkingtreding – eerst nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen, stip ik het alvast aan.

Een dergelijk verzoek kan momenteel op iedere grond worden afgewezen. Met de beoogde wetswijziging is dat alleen nog mogelijk na een belangenafweging van “alle omstandigheden van het geval”. De bedoeling is dat het belang van de werknemer moet prevaleren boven het belang van de werkgever.

We wachten de ontwikkelingen af.

23 augustus 2022 – Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden per 1 augustus 2022 (vervolg, 3)

Aansluitend op mijn laatste nieuwsitem van 15 juli jl. is er meer duidelijk geworden. Ik zeg bewust “meer” omdat er nog steeds – hoewel de datum van 1 augustus al enige weken achter ons ligt – veel vragen zijn. De Rijksoverheid heeft de nodige informatie gepubliceerd, via een zogenaamd factsheet.

Voor specifieke vragen over dit onderwerp ben ik graag bereikbaar.

15 juli 2022 – Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden per 1 augustus 2022 (vervolg, 2)

In eerdere nieuwsitems heb ik de belangrijkste wijzigingen per 1 augustus aanstaande al aangestipt.

Met name de werkgeversverplichting om kosteloos scholing aan te bieden heeft waarschijnlijk vergaande gevolgen. Zo komen bijkomende kosten (denk bijvoorbeeld aan reiskosten of examengeld) voor rekening van de werkgever. Verder zal de met scholing gepaard gaande tijd als “arbeidstijd” worden aangemerkt. Zo mogelijk dient scholing plaats te vinden tijdens de reguliere werktijd. Onduidelijk is nog steeds wat precies onder de reikwijdte van verplichte scholing valt. De discussie op dat onderdeel is nog volop gaande, terwijl de datum van 1 augustus nu rap dichterbij komt.

Voor vragen hierover ben ik graag bereikbaar. Het is in ieder geval aan te raden om de bestaande (model) arbeidsovereenkomsten te (laten) controleren.

25 juni 2022 – Kabinet wil uiterlijk per 2025 handhaven op schijnzelfstandigheid

Het opheffen van het – al enige tijd van toepassing zijnde – “handhavingsmoratorium” is één van de stappen om de problemen rond schijnzelfstandigheid aan te pakken en de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken. Andere stappen in relatie tot de arbeidsmarkt zullen op korte termijn worden aangekondigd door minister Van Gennip. Dat staat in een Kamerbrief in reactie op rapporten van de Algemene Rekenkamer (ARK) en Auditdienst Rijk (ADR) van minister Van Gennip en staatssecretaris van Rij.

Na de zomer komt het kabinet met een nadere uitwerking en een stappenplan zodat alle betrokkenen zich verder kunnen voorbereiden. Het kabinet kiest er voor om samenhangende maatregelen te nemen om het werken met en als zelfstandige(n) toekomstbestendig te maken. De inrichting van betere handhaving van schijnzelfstandigheid hangt samen met de nog te nemen maatregelen.

Oftewel: iets meer duidelijkheid, maar kennelijk blijft het een worsteling om tot een werkbare oplossing te komen.

8 juni 2022 – Recente veranderingen in het consumentenrecht

Vanaf 28 mei jl. zijn nieuwe Europese regels van toepassing met betrekking tot (onder andere) online marketingactiviteiten en prijsafspraken. In de praktijk worden consumenten regelmatig geconfronteerd met marketingmethoden die van invloed zijn op hun aankoopbeslissing. Om die reden heeft de Europese wetgever vanaf 2018 meerdere nieuwe richtlijnen ingevoerd op het terrein van consumentenbescherming. Onderdeel daarvan is de introductie van de “Moderniseringsrichtlijn”. De implementatie van die richtlijn in het Nederlandse recht is inmiddels voltooid. Vanaf 28 mei 2022 moeten de lidstaten de nieuwe regels toepassen.

Ik noem een aantal voorbeelden. Belangrijk is dat “handelaren” – let op de brede definitie van dat begrip – door hen getoonde consumentenbeoordelingen voortaan op echtheid moeten controleren. Daarnaast is er een verbod voor het tegen betaling door een ander laten plaatsen van niet-authentieke beoordelingen. Als een handelaar een gepersonaliseerd prijsaanbod toont, moet hij consumenten daarover informeren.

Voor het bedrijfsleven is er werk aan de winkel: online handelaren zullen hun website mogelijk moeten aanpassen om aan de nieuwe (informatie)verplichtingen te kunnen voldoen. Zo nodig denk ik hierover graag mee.

23 april 2022 – Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden per 1 augustus 2022 (vervolg)

In het nieuwsitem van 7 april jl. ben ik ingegaan op de aanstaande Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden.

Per 1 augustus 2022 kan de werkgever enkel een beroep doen op een nevenwerkzaamhedenbeding als daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat. Tegelijkertijd hoeft het (in de arbeidsovereenkomst opgenomen) beding zelf niet perse een rechtvaardigingsgrond te bevatten. De werkgever moet de objectieve rechtvaardigingsgrond aantonen op het moment dat hij een beroep doet op het beding. Dat kan dus ook achteraf. Het is op dit moment niet duidelijk of bestaande arbeidsovereenkomsten op dit punt moeten worden aangepast. Wat wel duidelijk is, is dat de werkgever vanaf augustus een – juridisch gezien – deugdelijke reden moet hebben om een nevenwerkzaamhedenbeding overeen te komen, om daarop in voorkomend geval succesvol een beroep te kunnen doen. Oftewel: het is sowieso verstandig om de tekst van het nevenwerkzaamhedenbeding kritisch te beoordelen, en goed te bedenken over of een dergelijk beding echt nodig is.

T.a.v. de andere wijzigingen is het volgende goed om te weten.

* Per 1 augustus 2022 vervalt de mogelijkheid om een studiekostenbeding op te nemen bij opleidingen die verplicht zijn gesteld op basis van de wet of toepasselijke cao. Dergelijke scholing moet kosteloos worden aangeboden door de werkgever. En: de met die verplichte opleiding gepaard gaande tijd wordt beschouwd als arbeidstijd, en moet in principe worden gevolgd tijdens (de overeengekomen) werktijd.

* Op dit moment bestaat voor de werkgever al een informatieplicht (op grond van artikel 7:655 BW) over onder andere de duur van de arbeidsovereenkomst, functie en salaris. Daaraan wordt per 1 augustus 2022 toegevoegd dat de werknemer schriftelijk en in ieder geval uiterlijk één week na aanvang van de werkzaamheden moet worden ingelicht over de belangrijkste aspecten van de arbeidsrelatie. Denk daarbij aan de door de werkgever geboden scholing.

* Tot slot wordt de Wet flexibel werken (Wfw) aangepast, ten gunste van de werknemer. Kortweg komt het er neer dat de werknemer de mogelijkheid krijgt om een vorm van arbeid met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden te vragen aan zijn werkgever. Vervolgens moet de verzochte arbeid(svorm) wel beschikbaar zijn binnen de onderneming van de werkgever.

Bij vragen over bovenstaande, of over het aanpassen van bestaande (model) arbeidsovereenkomsten, ben ik graag bereikbaar.

7 april 2022 – Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden per 1 augustus 2022

Per 1 augustus 2022 moet de Europese Richtlijn voor transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in ons land zijn ingevoerd. Het doel van de richtlijn is om medewerkers meer duidelijkheid en zekerheid te geven over hun arbeidsvoorwaarden.

De richtlijn heeft bijvoorbeeld gevolgen voor het verbod op nevenwerkzaamheden. Vanaf 1 augustus 2022 is het – enige beperkte uitzonderingen daargelaten – niet meer mogelijk om een absoluut verbod op nevenwerkzaamheden met werknemers overeen te komen.

Binnenkort volgt hierover meer informatie op deze website. Wordt dus vervolgd.

21 maart 2022 – Stand van zaken Wet DBA

Onduidelijk is wat er met de Wet DBA gaat gebeuren. Duidelijk is in ieder geval wel dat de Rijksoverheid nog steeds niet handhaaft (“handhavingsmoratorium”). Verder was de bedoeling dat in het eerste kwartaal van 2022 het Toezichtplan Arbeidsrelaties geëvalueerd zou worden. De spreekwoordelijke bal ligt bij het nieuwe kabinet (Rutte IV).

9 februari 2022 – Gedoe rond recreatiewoning?

Sinds dat ik in 2014 in hoger beroep geprocedeerd heb tegen Droomparken, heb ik inmiddels veel mensen geadviseerd, en bijgestaan. Allemaal mensen met vragen over of problemen rondom de aankoop van een recreatiewoning, van klein tot groot. Vaak zijn de financiële belangen dusdanig dat mensen niet meer kunnen slapen van al het “gedoe”. Heel vervelend, maar door mijn inmiddels uitgebreide ervaring op dit gebied, kan ik vrijwel iedereen helpen. Altijd met een praktische insteek, op weg naar een – bij voorkeur – zo snel mogelijke oplossing.

Bel me gerust, ik denk graag mee.