4 april 2026 – Recente wetsvoorstellen in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid

Het kabinet wil de onzekerheid bij werkgevers wegnemen over de vraag of zij voldoende hebben gedaan om hun zieke werknemer weer aan het werk te helpen. Het advies van de bedrijfsarts over wat iemand nog kan doen, wordt daarom leidend bij deze toets door UWV na twee jaar ziekte. Dat staat in een wetsvoorstel dat minister Aartsen van Werk en Participatie en minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aanbieden aan de Raad van State. Daarnaast wordt wettelijk geregeld dat mensen het voorschot dat ze krijgen in afwachting van een WIA-beoordeling niet hoeven terug te betalen. De maatregelen moeten onder meer helpen om de achterstanden bij het beoordelen van mensen die in aanmerking komen voor een WIA-uitkering terug te dringen. Ik verwijs verder naar het nieuwsbericht van de Rijksoverheid van 27 maart jl.

In een nieuwsbericht van 2 april jl. wordt melding gemaakt van een ander wetsvoorstel. Als zieke werknemers niet binnen een jaar kunnen terugkeren op het werk, kan vanaf de start van het tweede ziektejaar uitsluitend een plek bij een ander bedrijf worden gezocht. Zo wil het kabinet kleine en middelgrote werkgevers sneller duidelijkheid geven over het kunnen vervangen van een zieke werknemer. Minister Aartsen van Werk en Participatie heeft het wetsvoorstel hierover naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het kabinet werkt de komende periode meer voorstellen uit om de periode van loondoorbetaling bij ziekte beter uitvoerbaar te maken voor werkgevers, met name voor het MKB.

7 maart 2026 – Ontwikkelingen ZZP-wetgeving

Het kabinet heeft een nieuwe stap gezet in de hervorming van de zzp-wetgeving. Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen heeft op 6 maart aangekondigd dat een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) wordt geschrapt. Uit het gister door de overheid geplaatste nieuwsbericht blijkt dat een ander onderdeel niet verdwijnt, namelijk het rechtsvermoeden van werknemerschap.

Op dit moment verandert er nog niets voor zelfstandigen; de beoogde nieuwe regels moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede Kamer. Maar het beleid lijkt wel duidelijk: meer bescherming voor kwetsbare werkenden, én tegelijkertijd meer duidelijkheid voor zelfstandigen die bewust ondernemen.

26 januari 2026 – De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta)

Recent is de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) door zowel de Tweede als de Eerste Kamer goedgekeurd. Vanaf 1 januari 2028 mogen inleners uitsluitend nog arbeidskrachten inlenen van ondernemingen die zijn toegelaten, oftewel: die een vergunning hebben verkregen. Slechts in een beperkt aantal gevallen geldt een uitzondering, bijvoorbeeld op grond van een wettelijke uitzonderingscategorie of een verleende ontheffing.

Eerst is van belang of de onderneming arbeidskrachten ter beschikking stelt aan andere ondernemingen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van uitzending, detachering en payrolling. Als er geen sprake is van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, dan is de Wtta niet van toepassing.

Is dat wel het geval, dan is de volgende vraag of de onderneming een vergoeding ontvangt voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. De wet is namelijk niet van toepassing op kosteloos uitlenen.

Tot slot is het van belang om te beoordelen bij welke partij leiding en toezicht over de arbeidskracht ligt. Wanneer dit leiding en toezicht bij de inlener ligt, wordt de onderneming in basis als uitlener aangemerkt. Een toelating cq vergunning is dan verplicht, tenzij een uitzondering van toepassing is of ontheffing is verleend.

Tot zover in het kort de stand van zaken. De beoordeling of de onderneming als uitlener moet worden aangemerkt kan in de praktijk best lastig zijn. Bij vragen hierover ben ik graag bereikbaar.

30 december 2025 – Ook in 2026 geen verzuimboetes bij schijnzelfstandigheid

Het kabinet heeft recent besloten dat de Belastingdienst, net als in 2025, ook in 2026 geen verzuimboetes zal opleggen wanneer geoordeeld wordt dat sprake is van (een) schijnzelfstandige(n). Daarmee is de controle door de Belastingdienst niet van de baan, want die gaat gewoon door. Het risico dat naheffingen, in verband met loonbelasting, worden opgelegd blijft dus ook bestaan.

Let op: vanaf 1 januari 2026 kunnen – naast voornoemde naheffingen – wel zogenaamde “vergrijpboetes” worden opgelegd. Dat was in 2025 nog niet het geval. Deze boetes, die kunnen oplopen van 10 tot 100% van de naheffing, zijn enkel mogelijk in geval van aangenomen opzet of grove schuld.

De politieke discussie wordt weer vervolgd. We wachten de ontwikkelingen af.

13 september 2025 – Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen

Al lange tijd werd er gesproken over het invoeren van een basis arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Het begint nu steeds concreter te worden: gister is het wetsvoorstel naar de Raad van State gestuurd. Klik hier om naar het nieuwsbericht van de Rijksoverheid te gaan.

28 juni 2025 – Nieuwe regelgeving m.b.t. digitale toegankelijkheid

Vanaf 28 juni 2025 gelden nieuwe regels voor de toegankelijkheid van websites en apps waarop bedrijven producten of diensten aanbieden.

Zo kunnen websites en apps door iedereen worden gebruikt, ook door bezoekers met een beperking. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) gaat toezicht houden op de toegankelijkheid van e-handelsdiensten en elektronische communicatiediensten. Bij e-handelsdiensten gaat het om websites en apps waar je producten en diensten kunt kopen, afsluiten of reserveren. Met elektronische communicatiediensten kunnen mensen digitaal communiceren, zoals chatten of (video)bellen. Uit een recente peiling van een onderzoeksbureau blijkt dat het merendeel van de onderzochte ondernemers het belangrijk vindt dat hun webshop toegankelijk is en dat ze bereid zijn hun webshop toegankelijk te maken. De ACM biedt ondernemers informatie en handvatten waarmee zij hun website en app kunnen laten voldoen aan de uitgangspunten van digitale toegankelijkheid, zodat mensen met een beperking zelfstandig toegang hebben tot digitale producten en diensten.

De regels voor digitale toegankelijkheid volgen uit de European Accessibility Act (EAA). De ACM houdt vanaf 28 juni 2025 toezicht op webshops en communicatiediensten. De verplichtingen gelden voor bedrijven die meer dan 10 mensen in dienst hebben en/of een jaaromzet van meer dan 2 miljoen euro hebben. Ook andere toezichthouders houden vanaf 28 juni 2025 toezicht op de regels voor toegankelijkheid.

Als ondernemer ben je goed voorbereid als je de volgende stappen hebt gezet om per 28 juni 2025 te kunnen voldoen aan de nieuwe regelgeving:
• je kent de voorschriften uit de wet;
• je hebt een plan welke stappen nodig zijn om te voldoen;
• de verantwoordelijkheid voor toegankelijkheid en de EAA zijn in de organisatie voldoende en blijvend belegd

Door de overheid wordt gezegd dat dit weliswaar inspanning vergt, maar ook (commerciële) kansen biedt. Zo bereik je als ondernemer meer potentiële klanten, en bovendien werkt een toegankelijke online omgeving voor iedereen beter. Uit onderzoek blijkt dat veel ondernemers niet of nauwelijks zijn voorbereid op de nieuwe wet. En daarmee lopen ondernemers risico op boetes.

Vanaf 28 juni 2025 gaat de ACM controleren op de digitale toegankelijkheid van webshops en communicatiediensten en waar nodig bedrijven aanspreken. De ACM richt zich in de eerste periode vooral op kritieke toegankelijkheidsproblemen die veel negatieve impact hebben op gebruiksmogelijkheden door mensen met een beperking. De ACM betrekt in de aanpak ook de opstelling van bedrijven en hun inspanningen om te voldoen aan de richtlijn.

Na de inwerkingtreding van de regels kunnen mensen vanaf 28 juni bij ACM ConsuWijzer een melding doen als zij merken dat een website of app niet digitaal toegankelijk is. Zo krijgt de ACM zicht op waar mogelijke problemen zitten.

Zie ook de door de Rijksoverheid gepubliceerde informatie.

23 mei 2025 – Wetsvoorstel voor meer zekerheid flexwerkers ingediend bij de Tweede Kamer

Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd“, zo begint het op 19 mei jl. door de Rijksoverheid gepubliceerde nieuwsitem.

De bedoeling van de beoogde wet is om werknemers die werkzaam zijn op basis van een tijdelijk contract, een uitzendovereenkomst of een oproepovereenkomst meer zekerheid te geven. Het idee is om de nieuwe wet per 1 januari 2027 in te voeren. Vermoedelijk zal het wetsvoorstel nog wel de nodige kritiek te verduren krijgen.

19 april 2025 – Het kabinet wil de sociale zekerheid eenvoudiger maken

In een gister door de Rijksoverheid gepubliceerd nieuwsitem werd aangekondigd dat extra maatregelen worden genomen om o.a. het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel eenvoudiger te maken.

We wachten de ontwikkelingen af.

14 maart 2025 – Ontwikkelingen m.b.t. de ZZP-discussie

De Hoge Raad heeft eind februari jl. een belangrijke uitspraak gedaan in de Uber-zaak over de vraag wanneer iemand als werknemer of als opdrachtnemer moet worden aangemerkt. Deze uitspraak sluit aan op het eerder gewezen ‘Deliveroo’-arrest uit 2023, waarin een toetsingskader werd gegeven voor het beoordelen van arbeidsrelaties. In de Uber-zaak beantwoordde de Hoge Raad vragen over het negende criterium uit het Deliveroo-arrest, namelijk het ‘ondernemerschap’. In welke mate is van belang of een werkende zich als ondernemer gedraagt in het economisch verkeer? De Hoge Raad heeft bepaald dat dit een volwaardig criterium is bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. Dit kan in de praktijk verstrekkende gevolgen hebben, waarbij twee personen die precies hetzelfde werk doen voor dezelfde onderneming, juridisch gezien anders beschouwd worden: de een kan een ‘echte’ werknemer zijn terwijl de ander als opdrachtnemer cq ZZP-er wordt aangeduid.

Het Uber-arrest zal waarschijnlijk gevolgen hebben voor het handhavingsbeleid van de Belastingdienst. Ook zal de wetgever het wetsvoorstel voor de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) naar verwachting moeten gaan aanpassen, nu het de vraag is of het toetsingskader uit het wetsvoorstel nog wel overeenkomt met het recente arrest van de Hoge Raad.

De minister van SZW en de staatssecretaris voor Fiscaliteit hebben inmiddels Kamervragen beantwoord over de beoordeling van schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst. Ze bevestigen dat ook het criterium van extern ondernemerschap wordt meegenomen in het wetsvoorstel Vbar.

Niet alleen de ZZP-ers zelf, maar ook degenen die in de praktijk te maken hebben met (het werken met) ZZP-ers snakken naar duidelijkheid. Helaas laten de ontwikkelingen zien dat de discussie over de status van werkenden nog (lang niet?) afgedaan is, met mogelijk serieuze gevolgen.

23 februari 2025 – Wetsvoorstel Beperken compensatieregeling t.v. bij ontslag wegens langd. aoh. tot kleine werkgevers

…een hele mond vol, voluit: het wetsvoorstel Beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers. Dit wetsvoorstel is op 19 februari 2025 in internetconsultatie gegaan.

Het wetsvoorstel komt voort uit het regeerprogramma waarin is afgesproken dat de compensatie voor een transitievergoeding na ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid wordt beperkt tot kleine werkgevers. Hierdoor kunnen enkel nog kleine werkgevers, onder voorwaarden, gecompenseerd worden voor de betaalde transitievergoeding in geval van ontslag wegens langdurige (= langer dan twee jaar) arbeidsongeschiktheid.