26 januari 2026 – De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta)
Recent is de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) door zowel de Tweede als de Eerste Kamer goedgekeurd. Vanaf 1 januari 2028 mogen inleners uitsluitend nog arbeidskrachten inlenen van ondernemingen die zijn toegelaten, oftewel: die een vergunning hebben verkregen. Slechts in een beperkt aantal gevallen geldt een uitzondering, bijvoorbeeld op grond van een wettelijke uitzonderingscategorie of een verleende ontheffing.
Eerst is van belang of de onderneming arbeidskrachten ter beschikking stelt aan andere ondernemingen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van uitzending, detachering en payrolling. Als er geen sprake is van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, dan is de Wtta niet van toepassing.
Is dat wel het geval, dan is de volgende vraag of de onderneming een vergoeding ontvangt voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. De wet is namelijk niet van toepassing op kosteloos uitlenen.
Tot slot is het van belang om te beoordelen bij welke partij leiding en toezicht over de arbeidskracht ligt. Wanneer dit leiding en toezicht bij de inlener ligt, wordt de onderneming in basis als uitlener aangemerkt. Een toelating cq vergunning is dan verplicht, tenzij een uitzondering van toepassing is of ontheffing is verleend.
Tot zover in het kort de stand van zaken. De beoordeling of de onderneming als uitlener moet worden aangemerkt kan in de praktijk best lastig zijn. Bij vragen hierover ben ik graag bereikbaar.
